Vestigingsplan eerste opvang anderstaligen
INLEIDING
Dit vestigingsplan is geschreven in aanvulling op het Schoolplan 2025-2029 van het Merletcollege. Dit schoolplan is te vinden op de website. De missie, visie, kernwaarden en ambities van de EOA sluiten aan bij die van het Merletcollege en hebben een eigen karakter.
Missie
Wij bieden onderwijs aan nieuwkomers. Dit zijn zowel asielzoekersleerlingen en niet-asielzoekersleerlingen. Het zijn leerlingen die om redenen niet het Nederlands als moedertaal hebben en het Nederlands nog niet voldoende beheersen om naar het regulier onderwijs te gaan. Ons onderwijs houdt zich bezig met begeleiding en toerusting van leerlingen om een volwaardige plaats in de Nederlandse samenleving in te kunnen nemen.
Visie
Ik: Wij helpen leerlingen om hun eigen identiteit, waarden en overtuigingen te onderzoeken.
Ik en de ander: Leerlingen moeten leren hoe zij zich verhouden tot anderen. Hoe zij respect tonen, empathie hebben en samenwerken in verschillende sociale contexten.
Ik en de samenleving: Leerlingen maken deel uit van een voor hen nieuwe bredere gemeenschap. Door actieve participatie een gevoel van verantwoordelijkheid en betrokkenheid.
Ik en de wereld: We leven in een snel veranderende wereld waarin nieuwe ontwikkelingen aan de orde van de dag zijn. Meedoen in onze samenleving en bewust worden van het belang daarvan willen we onze leerlingen leren.
Kernwaarden
Plezier – participeren – persoonlijk – praktisch
Ambities
- We willen gezien worden als expertorganisatie op het gebied van onderwijs aan nieuwkomers binnen het Land van Cuijk.
- Daarnaast willen we het pedagogisch didactisch handelen van onze medewerkers versterken door gebruik te maken van de interne kennis, dit te delen met elkaar en in het bijzonder met nieuwe medewerkers en deze kennis uit te breiden door het volgen van trainingen.
ACHTERGROND EN UITDAGINGEN
De achtergrond van de leerlingen op de EOA is anders dan die van het reguliere onderwijs. Dit betekent ook een andere onderwijsbehoefte.
Opbouw leerlingpopulatie
Jongeren op onze school zijn afkomstig uit onder meer: Eritrea, Somalië, Soedan, Nigeria, Palestina, Syrië, Marokko, Algerije, Tunesië, Turkije, Polen, Dominicaanse Republiek, Senegal, China, Oekraïne en Gambia.
Minderjarige asielzoekers komen zonder begeleiding van een ouder of een meerderjarige bloed- of aanverwant in Nederland. Zij krijgen hier een jeugdbeschermer van stichting Nidos. Zijn ze ouder dan 15 jaar, dan komen ze terecht in de kleinschalige opvang van het COA. De leerplicht geldt net als bij Nederlandse kinderen ook voor hen. Deze alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) van 15 tot 18 jaar verblijven tijdens de algemene asielprocedure in een ‘procesopvanglocatie voor amv’, of ‘pol amv’. Ze verblijven hier in theorie 7 weken, maar met de huidige wachttijden bij de IND voor de afhandeling van asielaanvragen, loopt deze periode flink op (bron: coa.nl). Ze krijgen begeleiding van hun advocaat en Nidos-voogd. COA-mentoren begeleiden de jongeren 24 uur per dag. De jongeren krijgen in de procesopvanglocatie eet- en leefgeld en een volledig aanbod van activiteiten.
Naast de groep alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV) is er de groep Begeleide Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers, kortweg BAMA’s. Deze jongeren zijn naar Nederland gekomen onder begeleiding van een meerderjarig familielid. Deze jongere woont op de pol-locatie ook samen met dit familielid en heeft daarnaast de begeleiding van een voogd van stichting Nidos.
Naast de alleenstaande jongeren zijn er jongeren die met hun ouders of één van hun ouders naar Nederland komen om asiel aan te vragen. Ook deze jongeren wonen op het AZC terrein van een pol-locatie en volgen ook onderwijs op de EOA Merletcollege.
Na-reizigers; dit zijn jongeren waarvan één van de ouders op een eerder moment in Nederland asiel heeft aangevraagd. Deze aanvraag is positief beoordeeld en om die reden vraagt de vluchteling gezinshereniging aan. De overige leden van zijn gezin komen vervolgens naar Nederland. Zij worden na-reizigers genoemd en wonen vaak buiten het AZC op de woonplek van degene die gezinshereniging heeft aangevraagd.
Als je ouder(s) arbeidsmigrant(en) is/zijn verhuis je als kind vaak mee. Je komt dan vaak terecht in een land waarvan je de taal onvoldoende beheerst. Ook dan volg je onderwijs op een EOA waar je je taalniveau gaat verbeteren.
Toelatingseisen en aanname EOA:
- Leerlingen met de leeftijd van 11 jaar en 5 maanden tot 18 jaar
- Leerlingen die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen om deel te kunnen nemen aan het voortgezet onderwijs.
Per leerling is de situatie anders. Daarom wordt bij aanmelding (het intakegesprek) altijd met de leerling en diens ouders / voogd besproken wat de EOA de leerling te bieden heeft. Het aanmeldingsformulier dient te worden ondertekend door minimaal één ouder; in het geval van een amv-er door de voogd (wettelijk vertegenwoordiger (ster) van de leerling.
Beginsituatie en eindtermen
Bij het intakegesprek stellen we onder meer het startniveau van de leerling vast. Als er al diploma’s beschikbaar zijn of als aangegeven kan worden tot welk niveau van het bij ons bekende onderwijssysteem de leerling les heeft gehad, kan de leerlingen op een vergelijkbaar niveau instromen. Het vaststellen van de beginsituatie van de afzonderlijke leerlingen is echter complex. De (soms zeer) beperkte beheersing van de Nederlandse taal vormt een eerste opgave voor het onderwijs in de eerste opvang. Dit gebrek aan beheersing van de Nederlandse taal maakt het vaak moeilijk om vast te stellen wat de competenties zijn op andere vakken. Ook een IQ-test is in veel gevallen moeilijk af te nemen in verband met de taal.
Per leerling wordt vastgesteld naar welke eindtermen dient te worden toegewerkt en wat er voor de leerling haalbaar is. Dit ontwikkelplan wordt waar nodig op basis van behaalde resultaten en gesprekken bijgesteld. De leerroutes van de Lowan richtlijnen worden bij uitstroom gehanteerd (zie figuur). De individuele leerroute bevat basisstof die op het niveau van de leerling is afgestemd. Dit gebeurt aan de hand van geijkte NT2 methodes.
De eindtermen voor het reguliere Voortgezet Onderwijs met een doorstroom naar het vervolgonderwijs zijn een goed streven, maar zijn zeker niet voor al onze leerlingen in de tijd dat ze bij ons verblijven te verwachten. Een belangrijk einddoel van ons onderwijs is dat de leerling voorbereid wordt op de samenleving. Zeker voor de ongeschoolde oudere leerlingen die bij ons onderwijs krijgen is dit laatste doel belangrijker en realistischer dan het voorbereiden op een vervolgopleiding.
Voorbereiding op een toekomstige rol
Zoals aangegeven bereidt ons onderwijs jongeren voor op een toekomstige rol in de samenleving. Voor asielzoekersleerlingen / ontheemde leerlingen is die toekomstige rol ongewis, het is de vraag of er een toekomstige rol in onze samenleving is en zo ja, hoe die er dan uit ziet. Verwachtingen en (on)mogelijkheden van asielzoekersleerlingen beïnvloeden sterk de mate waarin leerlingen bereid en enthousiast zijn het onderwijs te volgen. Het is een uitdaging voor scholen om een onderwijsprogramma uit te voeren met een sterk gedifferentieerde groep nieuwkomers in het onderwijs, waarvan beginsituatie, motivatie en ambities en competenties zo sterk verschilt. Door ons brede aanbod en variaties daarop sluiten wij zo goed mogelijk aan bij de diverse behoeften van de groep. Hiermee willen wij elke leerling voorbereiden op het vervolg.
Continuïteit
ONDERWIJS – AANBOD
Binnen EOA doorloopt iedere leerling een vaste leerroute in een eigen tempo. Elke leerroute bevat een substantieel deel taal en daarnaast is er ruimte voor onder meer persoonlijke ontwikkeling, burgerschap, rekenen, sport, koken, techniek en muziek.
Socialisatie en persoonsvorming
Een school met eerste-opvangonderwijs maakt geen deel uit van de asielprocedure waarin een asielzoekers-leerling zich bevindt. Het onderwijsaanbod van de school kan echter wel door de procedure beïnvloed worden. Deze beïnvloeding geldt echter slechts voor de onderwijskeuzes die de jongere maakt. Een school kan pas school zijn als er sprake is van een autonome pedagogische verantwoordelijkheid. Mensen zijn nieuwsgierig en leergierig, van jongs af aan, uit op sociale binding, kennis en vaardigheden. Cognitieve doelen staan niet los van de sociaal-emotionele ontwikkeling. Zonder emotionele en sociale vaardigheden hebben cognitieve vaardigheden weinig waarde. Bij verstoring ervan kan het leerproces belemmerd worden of zelfs geheel vastlopen. De school heeft als onderwijsinstelling een verantwoordelijkheid in de vervulling van een aantal psychologische basisbehoeften:
Relatie
De vervulling van deze behoefte vereist een veilige omgeving waar leerlingen erkenning ervaren om wie ze zijn. Wederzijds vertrouwen heeft tijd nodig en kan enkel ontstaan als de school autonoom is en leerlingen relaties aan kunnen gaan met onderwijsgevenden en medeleerlingen. De mentoren spelen hierin een belangrijke rol.
Autonomie
De jongere moet zelf keuzes ten aanzien van zijn toekomst maken, ook al worden de keuzes gekleurd door loyaliteit naar onder andere familie. De huidige opvang kan de autonomie beperken. Onderwijs kan, hoewel in beperkte mate, tegenwicht bieden door de leerling als persoon te benaderen die er toe doet. We ondersteunen de leerlingen bij het maken van eigen keuzes, onder meer door het LOB-programma.
Competentie
Het vervullen van de behoefte aan competentie betekent dat de jongere ervaart handelingsbekwaam en succesvol te zijn. Waardering van anderen helpt om competenties te versterken en succeservaringen op te doen. Dit ben ik en dit kan ik. We helpen de leerlingen zichzelf te ontdekken, waarbij ze hun eigen keuzes kunnen en durven maken als het gaat om een zinvol leven en een goede toekomst. De LOB-begeleiding van de leerlingen ligt in eerste instantie bij de mentoren, die de algemene informatie verzorgen. Dit is wat we met ons onderwijs aan Eerste Opvang Anderstaligen willen bereiken.
Taal
Goede taalvaardigheid stelt je in staat om gedachten, ideeën en gevoelens helder over te brengen aan anderen en om talige informatie te ontvangen en te verwerken. Dit is niet alleen belangrijk voor communicatie en interactie in het persoonlijke leven, maar ook voor het leren in alle vakgebieden en het functioneren in de maatschappij. Taalvaardigheid vormt het fundament voor succes op vele gebieden in het leven. Iedere docent is dus eigenlijk een taaldocent.
Leerlingen op de EOA volgen een intensief programma om Nederlands te leren. Voor alle leerlingen geldt dat zij opnieuw moeten beginnen, niet alleen moeten zij wennen aan een nieuw land, maar ook aan een nieuw schoolsysteem. Het komt ook steeds vaker voor dat de EOA de eerste schoolervaring is voor leerlingen, omdat het eerder volgen van onderwijs tot dan toe door omstandigheden onmogelijk is geweest.
Het lessenplan rondom diverse thema’s heeft aandacht voor de volgende vaardigheden: lezen, schrijven, luisteren, spreken en woordenschat. In de lessen wordt gewerkt met geijkte methodes. Voor elke lesmethode wordt aangegeven wat het CEFR-nvieau (Common European Framework of Reference for languages) van de methode is. Dit is het niveau waar de leerling met de methode naar toe werkt. We volgen de leerlijn die leidt naar de streefdoelen volgens de Leerlijn Alfabetisering van de ISK. Deze Leerlijn is ontwikkeld door het ITTA in samenwerking met een expertteam van Alfa ISK-docenten en Schoolinfo, in opdracht van de VO-raad. Het geeft een overzicht van de taalvaardigheden die analfabete en andersalfabete leerlingen in de ISK moeten verwerven. Voor alle taalvaardigheden zijn streefdoelen beschreven.
De lesmethodes worden in boekvorm en digitaal aangereikt. De leerlingen ontvangen op school boeken en activatiecodes/accounts. Tijdens de lesdag is er voor iedere leerling een laptop van school beschikbaar. De te gebruiken schoolboeken worden eigendom van de leerling. Bij verhuizing neemt hij/zij de boeken mee naar een volgende locatie.
De vaardigheden waar bij taal aan gewerkt wordt zijn: Functioneel lezen, versta- en luistervaardigheid, schrijfvaardigheid, gesprekken voeren, technisch lezen en woordenschatverwerving.
Burgerschap
Naast het bieden van onderwijs dat voldoet aan de gestelde eindtermen, heeft het onderwijs ook een zekere opvoedende taak. We spreken leerlingen aan op hun eigen verantwoordelijkheid en helpen hen om zich te ontwikkelen tot een burger met sociale en maatschappelijke competenties. De leerbaarheid, leeftijden en achtergronden van onze leerlingen zijn zó divers dat er veelal sprake zal zijn van maatwerk om in de richting van de eindtermen te komen. Voor burgerschap spelen we ook zo goed mogelijk in op de behoefte van de leerlingen. We hebben met hulp van de handreiking van Lowan gekozen voor de methode LEF Burgerschap, ontwikkeld door Leslab.
LEF bestaat uit twee werkboeken met in totaal 12 thema’s. Deze thema’s vormen de basis voor het burgerschapsonderwijs en worden aangevuld met materiaal dat is afgestemd op het niveau van de leerling. De thema’s en doelen zijn gelijk, alleen het aangeboden aanvullende materiaal verschilt.
LEF heeft vijf kerndoelen (diversiteit, democratische waarden, maatschappelijke betrokkenheid, democratische betrokkenheid, maatschappelijke vraagstukken) die worden behandeld in twaalf thema’s: Fris en Fit, Iedereen anders, Digimentaal, Plan aarde, Verleiding, Invloed, Weerbaar, Over leven, Grip op geld, Denktank, Liefde en seks, Macht.
In bijlage 3 over burgerschap wordt hier meer in detail op ingegaan.
Deze thema’s worden ondersteund door woordenlijsten en teksten uit de materiaallijn NT2. Er zijn er ondersteunende boeken bij de leerlijn Burgerschap. Denk daarbij aan het puberboek, Powergirls, Kijk op Nederland, Bagage, Jas aan en gaan, Rondje Nederlands. Dit materiaal wordt ingezet om te kunnen differentiëren op niveau en als herhalings- en verrijkingsstof. Ook zetten we thematische leesboeken in.
Daarnaast wordt in andere vakken aandacht besteed aan de thema’s van burgerschap. Denk hierbij aan Fris en Fit, wat raakvlakken heeft met de kooklessen en sport. Elke dinsdag eten de leerlingen op school een gezonde maaltijd die zij zelf bereiden. Bij Grip op geld past een bezoek aan de lokale warenmarkt.
De thema’s zijn afzonderlijk van elkaar te behandelen, waardoor het tussentijds instappen van leerlingen geen invloed heeft op de volgen leerlijn. Door op elk niveau te differentiëren naar de belangstelling en het niveau van de leerling kunnen we de leerlingen stimuleren om eruit te halen wat erin zit.
Rekenen
Ook rekenen is belangrijk voor iedereen, nu en in de toekomst. In het onderwijs, maar zeker ook daarbuiten. Goed kunnen rekenen zorgt ervoor dat leerlingen problemen kunnen oplossen, en dat zij gestructureerd kunnen denken. Hierdoor kunnen zij beter functioneren in de samenleving.
Het rekenaanbod op de EOA sluit aan bij zowel het taal- als rekenniveau van de leerling. We volgen hierbij een 2-sporenbeleid: Het gaat dan enerzijds om ‘leren rekenen’, zoals in het basisonderwijs en ter voorbereiding op het vak wiskunde in het vo en mbo. Daarnaast is het ook belangrijk om rekenen-wiskunde functioneel te leren gebruiken, zowel binnen de schoolse context in andere vakken, als in de wereld om je heen.
Spoor 1 biedt rijtjes met ‘kale sommen’, om bij leerlingen vlot en geautomatiseerd rekenen op gang te brengen. Ook gebruiken we deze route van rekenen om na te gaan op welk niveau de leerling kan rekenen, zodat we de leerling op het juiste niveau les kunnen geven.
Spoor 2 focust op oefenen van situaties waarin rekenen nodig is om de opgave op te kunnen lossen. De inschatting van de situatie (Wat gebeurt er? Wat wil ik weten? Wat moet ik uitrekenen?) en het probleem-oplossen (Hoe kan ik dat het beste doen?) zijn dan wel belangrijker. Ook getalsmatige dagelijkse situaties (Voor hoeveel mensen moet ik koken? Hoe laat komt de bus? Wat kosten de boodschappen?) vallen hieronder. Dit oefenen we ook met de leerlingen tijdens praktijklessen.
Er is een apart rekenuur op de EOA waarin leerlingen uit hun eigen klas gaan en in groepen bij elkaar gaan zitten met hetzelfde rekenniveau. Door deze mix te maken kunnen we de leerlingen beter op hun eigen niveau uitdagen.
Overige vakken
Naast de genoemde basisvaardigheden bieden we de leerlingen ook sport, techniek, koken en muziek aan. Met deze vakken krijgen we meer zicht op de talenten van leerlingen. Deze informatie is zeer helpend bij de lessen LOB (loopbaanoriëntatie en -begeleiding). Daarnaast bieden deze vakken een prettige afwisseling tussen theorie en praktijk. Deze afwisseling is voor leerlingen met geen of weinig schoolervaring belangrijk. Muzieklessen worden verzorgd door therapeuten. Speciaal voor jongeren met meervoudige problemen zijn deze momenten op het lesrooster prettig om te ontladen (internaliserend of externaliserend). Daarnaast bieden alle praktijkvakken mogelijkheden om de basisvaardigheden toe te passen, waardoor een geïntegreerd lesprogramma ontstaat.
Pedagogisch didactisch handelen
ZICHT OP DE LEERLING
Elke dag op de EOA begint om 7.00 uur met een overdracht. De nachtdienst-medewerkers van COA nemen met de EOA de bijzonderheden van de avond en nacht door. De school kan door deze overdracht beter anticiperen op spanningen tussen leerlingen of groepen leerlingen. Daarnaast kunnen docenten en sfeerkeepers door deze overdracht beter rekening houden met de mogelijke kans op escalatie. De medewerkers van de EOA kunnen hierdoor pro-actief handelen gedurende de schooldag. Voor aanvang van de lessen is er tevens elke dag een briefing vanuit COA/Nidos waarin aangegeven wordt welke leerlingen we die dag op school kunnen verwachten. Hierdoor kunnen we de (eventueel onverwachte) afwezigheid van leerlingen beter registreren.
Wijze van toetsen
We meten didactische vaardigheden en vorderingen per vakgebied. Door regelmatig te toetsen en te evalueren kunnen wij en kan de leerling zien waar we staan en waar we naartoe werken. We evalueren continu in de lessen met als doel te stimuleren (het beste uit de leerling halen), bijvoorbeeld door het werk in het schrift te controleren. Als de taal bij nieuwkomers nog maar beperkt ontwikkeld is, wordt alleen maar formatief gehandeld. Het summatief toetsen vindt pas plaats vanaf het moment dat de leerlingen voldoende niveau hebben om “JIJ Toetsing” toetsen van Bureau ICE te maken. Het doel van het afnemen van deze summatieve toetsen is om een objectief beeld te verkrijgen van het niveau van taalverwerving aan de hand van criteria vastgelegd in het ERK. Twee maal per jaar is er een toetsweek op de EOA. In december en in juni/juli worden leerlingen getoetst dmv leerstofonafhankelijke landelijke toetsen (JIJ-toetsen van Bureau ICE) op hun taalniveau en hun rekenniveau. We documenteren de vorderingen in een digitaal leerlingvolgsysteem, Magister.
Taal
- Naar aanleiding van toetsen en opdrachten binnen het klassenverband; in veel gevallen gaat het om methode afhankelijke vaktoetsen.
- Om het niveau voor Nederlands en Engelse taal vast te stellen gebruiken we de landelijk erkende TOA toetsen. Deze toetsen zijn er op de niveaus: A1, A2, B1, B2, 1F, 2F en 3F. De meeste EOA leerlingen kunnen tijdens hun verblijf A2 of 1F niveau halen. Dit is voldoende voor doorstroom naar VMBO B/K of de startgroep van het MBO. Leerlingen die B1 of B2 niveau halen, kunnen doorstromen naar MAVO, HAVO, VWO of naar het MBO waar een niveau in overleg bepaald wordt. Een leerling maakt een TOA toets als hij, naar het oordeel van de docent, voldoende kennis en vaardigheden heeft om de toets succesvol af te leggen. Een TOA toets kan twee keer per jaar gemaakt worden.
Als het bij een leerling nog niet mogelijk is om een TOA-taaltoets af te nemen, wordt de voortgang gemonitord aan de hand van het werkschrift en het mee kunnen komen in de klas. Ook op het startniveau beneden taalniveau A1 maken de leerling toetsen over de lesstof.
In Magister worden de opbrengsten van de toetsen en alle overige zaken die betrekking hebben op de in-, door- en uitstroom van leerlingen bijgehouden door de mentor. In het Magister Logboek worden o.a. de schoolvorderingen bijgehouden, leerlingkenmerken, beschermende- en belemmerende factoren weergegeven. Tevens wordt in het logboek vastgelegd wat de leerling aangeeft als zijn/haar doelen en werkpunten voor de komende periode.
Rekenen
Ook het rekenniveau wordt op twee manieren vastgesteld:
- Naar aanleiding van toetsen en opdrachten binnen het klassenverband; in veel gevallen gaat het om methode afhankelijke vaktoetsen.
- Daarnaast gebruiken we de landelijk erkende TOA toetsen om het rekenniveau (0F t/m 4F) vast te stellen. De rekentoets 0F-1F bevat vragen zonder tekstuele context en meet onder en op het referentieniveau !F van het Referentiekader. De toets stelt daarom geen formeel referentieniveau vast, maar geeft wel een indicatie van het beheerste niveau. De toets brengt daarnaast in beeld welke onderwerpen de leerling goed en minder goed beheerst.
Als het bij een leerling nog niet mogelijk is om een rekentoets af te nemen, wordt de voortgang gemonitord aan de hand van het werkschrift en het mee kunnen komen in de klas.
Verdere ontwikkeling
- De verwachte uitstroombestemming van de leerling
- De onderbouwing van de verwachte uitstroombestemming van de leerling (met in elk geval de belemmerende en bevorderende factoren)
- Een beschrijving van de te bieden ondersteuning en (indien aan de orde ) de afwijking van het reguliere onderwijsprogramma.
Tijdens leerlingbesprekingen en in gesprekken met de leerling, ouders/verzorgers en mentor komen de ontwikkeling van de leerling en een eventuele ondersteunings-behoefte aan bod. In de leerlingbespreking borgen we het handelingsgericht en planmatig werken door terug te komen op gestelde doelen. We reflecteren hierbij op ons eigen handelen en werken samen om de leerling zo efficiënt en effectief mogelijk te ondersteunen in zijn of haar ontwikkeling en waar nodig doelen bij te stellen. Ook vragen we feedback bij leerlingen en ouders over de ingezette ondersteuning. In Magister worden ook verdere ontwikkelingen van de leerlingen bijgehouden.
De informatie kan met betrokken partijen gedeeld worden, zodat iedereen zich op een gelijk informatieniveau bevindt. Dit geeft openheid in de communicatie en informatie zowel voor de leerlingen, ouders en professionals. De focus is zoveel mogelijk op de leerling gericht. Het voordeel van Magister is dat alle ingevoerde gegevens betreffende de leerling in een oogopslag is te zien.
PARTNERS
Het onderwijs op de EOA vraagt samenwerking met diverse partners. Hiertoe behoren:
Ouders: de spil met de schoolmentor in het motiveren en stimuleren van jongeren in hun schoolgang en ontwikkeling.
Centraal Orgaan Asielzoekers: COA woonmentoren zorgen dagelijks voor jongeren van opstaan tot slapen gaan. De COA schoolcontactpersoon AMV houdt contact met school, geeft afspraken van leerlingen en COA door, sluit aan bij multidisciplinair overleg. Er is ook een onderwijscontactpersoon voor leerlingen die binnen de POL locatie wonen met ouders of familieleden. Ook deze persoon geeft afspraken door, sluit aan bij multidisciplinair overleg en staat klaar om te steunen bij incidenten etc.
Stichting Nidos: de voogdij-instelling voor jongeren die zonder ouders in Nederland aankomen. Zij staan jongeren bij in schoolgang, zijn aanwezig bij driegesprekken, zijn partner in het multidisciplinair overleg.
GZA: de Gezondheidszorg Asielzoekers is vast partner in het multidisciplinaire overleg. Zij adviseren school bij alle medische problemen die jongeren ervaren.
GGD: de Gemeentelijke Gezondheidsdienst; zijn zorgen voor dat ook de EOA een schoolarts heeft. Deze schoolarts kijkt mee en adviseert bij medische problematiek bij jongeren die op onze school onderwijs volgen. Daarnaast is de schoolarts met de leerplichtambtenaar en school vaste partner in het bestrijden van schoolverzuim.
GGZ: de Geestelijke Gezondheidszorg heeft een plek op het terrein waar de EOA aan grenst. De GGZ helpt en ondersteunt jongeren en hun verzorgers op het gebied van geestelijke gezondheidszorg. In het geval van de EOA-leerlingen handelt de GGZ vaak bij door trauma veroorzaakte gedragsproblematiek.
Taskforce gemeente Land van Cuijk: betrokken vanuit de gemeente waaronder medewerkers vanuit de portefeuille huisvesting, veiligheid en onderwijs, het CJG (centrum voor jeugd en gezin) en de politie. Zij ondersteunen school bij vraagstukken op de gebieden van de genoemde portefeuilles, jeugdzorg en escalaties.
Nieuwkomers-overleg OMO: ISK/EOA-scholen aangesloten bij het OMO-bestuur bespreken maandelijks met elkaar beleidszaken. In werkgroepen wordt er gewerkt aan onder meer de thema’s kwaliteitszorg en HR.
BIJLAGE 1: SCHOOLAFSPRAKEN
Bij het Merletcollege streven we naar een positieve en respectvolle schoolcultuur waarin iedereen zich veilig en gewaardeerd voelt. Om dit te bereiken en een prettige leeromgeving te bevorderen, hebben we de volgende samenlevingsregels opgesteld:
- Punctualiteit:
We zijn op tijd aanwezig, gaan op tijd naar de lessen en blijven gedurende de schooldag op het schoolterrein. - Begroeting:
We begroeten elkaar vriendelijk, zowel binnen als buiten de school. Een simpele groet kan al bijdragen aan een positieve sfeer. - Respect:
We tonen respect naar elkaar en voor elkaar. We accepteren en respecteren de diversiteit binnen onze school, ongeacht verschillen in achtergrond, cultuur, religie, geslacht of capaciteiten. We gaan vriendelijk en begripvol met elkaar om. - Verantwoordelijkheid:
We komen afspraken na spreken elkaar hierop aan als dat nodig is. We nemen verantwoordelijkheid voor ons gedrag en voor ons handelen. - Bereidheid tot aanpassing:
We zijn bereid om ons gedrag en handelen bij te stellen als dat nodig is om een positieve bijdrage te leveren aan onze schoolgemeenschap. - Gezond en veilig schoolklimaat:
We dragen gezamenlijk zorg voor een gezonde, veilige en schone schoolomgeving. Pesten, geweld en ander ongewenst gedrag worden niet getolereerd. - Gepaste kleding:
We dragen gepaste kleding naar school. Petten, jassen dragen we niet tijdens de lessen. - Mobiele telefoons:
In de klas leggen we onze telefoons in de kluis, zodat we ons volledig op het leerproces kunnen richten. - Bewust en gezond leven:
alcohol bezit en alcohol gebruik, drugs bezit en drugsgebruik zijn niet toegestaan op school. - Privacy:
We gaan zorgvuldig om met elkaars privacy. Het verspreiden van vertrouwelijke informatie of beelden is niet toegestaan.
BIJLAGE 2: AMBITIES EOA
1. We begeleiden onze leerlingen in de – vaak korte – tijd dat ze bij ons zijn zo goed mogelijk naar het vervolg, dat kan onderwijs zijn en ook de samenleving.
Elke jongere heeft recht op onderwijs. Alle leerlingen die bij ons aangemeld worden krijgen een zorgvuldig intake-traject om hen op de best passende leerroute te plaatsen. Het is ook onze opdracht om ervoor te zorgen dat hun ontwikkeling na de EOA een zo goed mogelijke passend vervolg krijgt. De verschillen in leerbaarheid, leeftijd van instroom en achtergronden zijn zeer divers en dit vraagt om maatwerk in begeleiding op individueel niveau. Ook de leerlingen die vanuit het PO naar onze school komen hebben niet allemaal hetzelfde niveau, of geijkte toetsen gemaakt. Dit laatste is iets waar we graag met PO-scholen in de omgeving over in gesprek gaan.
ISK-leerlingen zijn vaak enorm ambitieus, het hebben van hoge verwachtingen is goed, mits deze gekoppeld zijn aan realistische beelden. We zorgen eerst dat leerlingen bij ons zo goed als mogelijk landen. Elke jongere heeft talenten. Het is aan ons om hen met onder meer ons LOB-programma te helpen die talenten te ontdekken, te stimuleren en verder te ontwikkelen. Gedegen en actuele kennis van (on)mogelijkheden van uitstroom is belangrijk om dit te realiseren. De reguliere locaties van het Merletcollege ondersteunen de EOA met vaak creatieve aanpassingen in passend onderwijs. Daarnaast is samenwerking nodig met collega-scholen, zoals MBO’s, die leerlingen laten instromen om dit waar te maken, zowel binnen als buiten onze regio. Dit contact willen we deze planperiode versterken. Daarom zijn er netwerkbijeenkomsten gepland waarin partners die van doen hebben met nieuwkomers elkaar treffen en problematiek met betrekking tot uitstroom en doorstroom nieuwkomers met elkaar bespreken. Aanmeldcriteria en instroomeisen veranderen regelmatig. Samenwerking is van groot belang om de gelijke kansen voor alle nieuwkomers te bewaken.
Onze leerlingen moeten veel stappen maken in een relatief korte tijd. Daarbij worden ze geholpen door de mentor en door de trajectbegeleider. Met een goed beleid en programma voor loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB) begeleiden we onze uitstroomleerlingen bij het vinden van een passend vervolgtraject. Het helpt ons als we hen kunnen voorbereiden door oriëntatie en meelopen op vervolgonderwijs. Het Merletcollege werkt aan het verder vormgeven van de transferklassen op de locaties Grave en Cuijk. Experts op het gebied van nieuwkomers onderwijs organiseren in transferklassen de overstap van nieuwkomers naar regulier Voortgezet onderwijs. Aandacht ligt hierbij op het aanbod van goed transferonderwijs. Dit is tevens de begeleiding van DAT (het dagelijks taalgebruik dat aangeleerd wordt binnen de EOA) naar CAT de schooltaal die het begrip van context binnen vrijwel alle VO vakken bemoeilijkt. Een en ander wordt vastgelegd in het taalbeleid van het Merletcollege.
Verder wordt er gewerkt aan synchronisatie van het beleid ten aanzien van nieuwkomers binnen het VO op alle reguliere locaties van het Merletcollege en binnen de regio Scholen Land van Cuijk. De EOA participeert in overleggen over noodzakelijke veranderingen en het opstellen van beleid. EOA-medewerkers zullen voorlichting verzorgen aan startende docenten die nieuwkomers in hun klas kunnen verwachten. Startende nieuwkomers gaan drie middagen per week naar ondersteuning. Met de betrokkenen vanuit zorg moeten we dit jaar een keuze maken of contextondersteuning of NT2-lessen ingebed gaan worden in het reguliere onderwijs van het Merletcollege.
Naast het LOB-traject vormt burgerschap ook een belangrijk onderdeel voor onze leerlingen. Kennis van de Nederlandse samenleving en de mogelijkheden, het aanleren en stimuleren van burgerschapsvaardigheden en het leren nemen van eigen verantwoordelijkheid helpt leerlingen hun weg te vinden. Daarin is het voor ons zaak te zoeken naar een goede balans tussen helpen en tot op zekere hoogte zelf laten doen. Wij onderschatten vaak hoe complex onze maatschappij geworden is en wat dit voor veel van onze leerlingen betekent. Goede begeleiding voor en ook na de overstap is noodzakelijk.
Helpend zou zijn als kennis van en begrip voor de problematiek van leerlingen die van een EOA komen wijder verspreid raken. Ruimte maken om deze jongeren kansen te bieden op elk passend niveau is een ambitie die aansluit bij het motto van het schoolplan van het Merletcollege: Onze rol in een bloeiende toekomst. Dit sluit ook aan op onze volgende ambitie.
2. We willen de school versterken als lerende organisatie.
a) Op het gebied van kennisdeling: We willen gezien worden als expertorganisatie op het gebied van onderwijs aan nieuwkomers binnen het Land van Cuijk.
Als EOA zijn we experts op het gebied van onderwijs aan nieuwkomers. Hierbij ligt het accent op het leren van de Nederlandse taal. In tegenstelling tot leerlingen die in Nederland opgroeien is bij EOA-leerlingen vaak sprake van geen, een beperkte en/of onderbroeken schoolloopbaan. Daardoor is het een uitdaging om de leerling naar een taalniveau te brengen dat perspectief biedt op een vervolg. We hebben hier de afgelopen 12 jaar veel kennis en ervaring in opgedaan, die we graag willen delen met scholen, de gemeente en instanties binnen onze regio om de collectieve visie te versterken.
We zijn onder meer in gesprek met de HAN en Fontys over de post-hbo opleiding Leraar Nederlands als tweede taal (NT2), gecombineerd met een andere onderwijs bevoegdheid. Dit zal een maatwerktraject worden waarmee we de kwaliteit van het NT2-onderwijs in de hele schoolketen willen versterken.
Sinds het voorjaar van 2025 zijn we in gesprek met ROC Nijmegen en het Koning Willem I College over begintermen en aannamecriteria en over wat er nodig is om de doorstroom van onze doelgroep soepeler te laten verlopen.
Het helpt onze uitstromende leerlingen als de samenleving meer snapt van de achtergrond van onze leerlingen. Een mooi voorbeeld hierbij is de presentatie die een groepje leerlingen gemaakt heeft over de EOA. Het bevat bouwwerken en een gedicht dat één van onze leerlingen gemaakt heeft over de leefomstandigheden van meisjes in haar thuisland. Hiervoor hebben deze leerlingen in juli 2022 de OMO “Trots op”-prijs gewonnen!
Door middel van voorlichting/informeren van ketenpartners en door overleg met partijen die voor onze leerlingen een begeleide stap in de maatschappij zouden kunnen verzorgen, willen we bereiken dat meer trajecten in de regio rekening houden en afstemmen op onze doelgroep. Door het begeleiden van jongeren door EOA-docenten en transfercoaches op deze plekken zouden de vaak zeer getalenteerde jongeren met taalachterstanden kansrijker kunnen worden in trajecten richting werk. Door een talige instructie bijvoorbeeld te verschuiven naar een systeem van voordoen en nadoen, worden nieuwkomers aangesproken op hun talenten en niet op hiaten in hun opleiding. EOA-docenten en transfercoaches van het Merletcollege zijn bij uitstek mensen die een moeilijke talige omgeving om kunnen bouwen naar werkbare situaties. De gesprekken hierover willen we dit jaar nog vormgeven.
b) Op het gebied van onze medewerkers: versterken van het pedagogisch en didactisch handelen van onze medewerkers.
We hebben al veel kennis binnen de organisatie op het gebied van NT2, rekenen, culturele diversiteit en pedagogisch didactisch handelen dat hierop aansluit. Daarnaast zorgen we voor een ondersteuningsstructuur met voldoende diverse expertise. Daar waar nodig is zullen we onze kennis vergroten. Zo hebben alle medewerkers het boek van Faber en Voerman over Didactisch Coachen vanuit de praktijk gekregen. Dit coachen geldt niet alleen naar onze leerlingen: we leren ook van en met elkaar. We zien elkaars klassen en gaan hierover met elkaar in gesprek om voorliggende onderwijsvraagstukken op te lossen. Onze medewerkers hebben scholing gehad in trauma-sensitief en cultuur-sensitief handelen, wat dagelijks in de praktijk toegepast kan worden.
Bij het aannemen van nieuwe medewerkers is een voorwaarde dat er bereidheid is om ervoor te zorgen dat de eigen vakkennis op orde is en blijft. Daarnaast vinden we dat iedereen binnen de EOA interdisciplinair moet willen en kunnen werken. Het inwerken en begeleiden van nieuwe medewerkers is een voorwaarde om de kwaliteit op orde te houden. Daarom moet het plan voor begeleiding nieuwe medewerkers geactualiseerd worden en gaan we extra inzetten op het didactisch en pedagogisch coachen van medewerkers.
De EOA heeft om die reden sinds dit schooljaar een docentencoach in opleiding. Scholing van de overige medewerkers heeft om die reden ook de aandacht. Twee collega’s zijn dit schooljaar gestart met de opleiding docent NT2. Het gehele team wordt dit jaar bijgeschoold door Stimulansz in cultureel sensitief werken. Verder is er in maart 2026 een studiedag die docenten ondersteunt bij bordgebruik voor laaggeletterden.